“Meneer, hoeveel traint u per week?”, vraagt het blonde meisje van een paar turven hoog me in een clubhuis. Ik antwoord haar dat ik vroeger wel vijf tot acht keer per week trainde. Ze neemt de woorden zorgvuldig in zich op en antwoordt dan vol overtuiging: ‘Ik train al vijf keer in de week, dus dan kom ik ook in het Nederlands elftal.’

Tijdens mijn grotendeels vrije zomer heb ik de hockeyjeugd in Nederland opgezocht om eens grondig de stand van zaken te bekijken. Van Loenen tot Sittard, langs Rotterdam, Hoevelaken en vele andere schitterende hockeycomplexen trok ik om de hockeyjeugd te enthousiasmeren tijdens hun zomerse hockeydagen. Na twee maanden heb ik de balans voor mezelf opgemaakt. Het gaat goed met de hockeyjeugd in Nederland, maar soms moeten we echt weer ff normaal doen.

Want vijf keer trainen is voor een meisje van pakweg tien jaar simpelweg te veel en niet normaal. Vaak gedreven door de aanlokkelijke gedachte van spelen voor een volgepakte oranjegekleurde stadions, worden kosten noch moeite gespaard. Alle redelijkheid wordt uit het oog verloren en kinderen worden volledig eenzijdig opgeleid. Hockey, hockey en nog eens hockey. Dit kan niet de bedoeling zijn. Een meisje van tien jaar moet ook met vriendinnen afspreken, tennissen, voetballen en gewoon huiswerk maken. Maar hoeveel tijd blijft hiervoor over als je na school nog vijf keer per week moet trainen?

‘Als kinderen willen rennen, doe ze dan op atletiek’

Hoeveel van deze trainingen worden besteed aan het rennen van shuttles? Al jaren krijg ik steeds vaker het gevoel dat hockey slechts bijzaak is. Looptrainingen en afgemat worden met de zogenaamde shuttles voor, tijdens en na trainingen vormen meer regel dan uitzondering. Maar draait het bij de jeugd niet vooral om plezier? Pielen met stick en bal. Dat is toch waarom kinderen gaan hockeyen. Als ze willen rennen, doe ze dan op atletiek. En ja, als ze later groot zijn, gaan ze echt wel een shuttles lopen, maar laten we op het hockeyveld gewoon blijven hockeyen.

‘Ik zag een jongetje van veertien lopen met een proteïneshake’

Toen ik tijdens een van de kampen een jongetje van veertien zag lopen met een proteïneshake, brak echt mijn klomp. Dit was goed voor zijn herstel, hadden zijn ouders hem verteld. Proteïneshakes! Ik werd gek. Een ijsje omdat ze goed hun best hebben gedaan, of gewoon een lekker broodje hamburger. Oké, en ook weer niet iedere dag, want het moet natuurlijk wel gezond blijven. Ik begrijp dat kinderen alles kopiëren van hun voorbeelden, maar leg ze uit dat sommige zaken niet voor hen zijn bedoeld.

Als verrassing kreeg ik ook een keer een linkshandige stick in de handen gedrukt. Leest u het goed? Ja, inderdaad. Ik moest ook een aantal keer knipperen toen ik het zag. Ik dacht aan een 1 april-grap, maar het was al hartje zomer. Het bleek een serieus project te zijn. De stick deed iets met de motorische ontwikkeling en ruimtelijke oriëntatie. U begrijpt dat ik langzaam in paniek begin te raken van deze ontwikkelingen.

‘Laten we onze kinderen weer gewoon twee keer per week trainen’

Kunnen we misschien gewoon weer ff normaal gaan doen. Laten we onze kinderen weer gewoon twee keer per week trainen. En als ze vaker willen, kunnen ze lekker in het park of op de stoep en balletje slaan. Of liever een potje voetballen, of gewoon speels tikkertje. Niet omdat het moet, maar omdat het leuk is. En geef je kroost na inspanning een high five, waarbij je ze misschien een muntje in de hand drukt om een lekker glaasje ranja te halen aan de bar. En zaag voor het plezier in het weekend een keer samen de krul van een oude stick af en ga daar me hockeyen. Of handballen. Dat is pas goed voor de motorische ontwikkeling. En nog veel leuker.

Laten we alstublieft gewoon weer ff normaal doen, dan doen we gek genoeg!

Bron: hockey.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *